Energiecrisis of niet: Minister Bihet blijft wind op zee uitstellen

Uitstel en gemiste deadline

Na veertig dagen Irancrisis valt het niet meer te ontkennen: België heeft alle voordelige, betrouwbare energie die het kan opwekken dringend nodig. Toch blijft onze energieminister de boot afhouden, als het aankomt op offshore windenergie. Wat belet Bihet?

België heeft jammer genoeg geen Spaanse zon, maar in onze achtertuin ligt wel de Noordzee. Het is één van de meest geschikte plekken ter wereld voor offshore wind: zo’n kans mogen we niet laten liggen. 

Uitstel en gemiste deadline

"Uiterlijk tegen het einde van het eerste kwartaal van 2026”: deze deadline legde minister van energie Bihet zichzelf op om de aanbestedingsprocedure voor het Prinses Elisabeth offshore windpark te herlanceren. Dat deed hij afgelopen zomer, nadat hij de lopende aanbestedingsprocedure voor de eerste kavel stopgezet had. Formeel deed hij dat vanwege “juridische onzekerheid” over de toekenningscriteria, wat een omfloerste manier leek om niet te zeggen dat hij de voorziene burgerparticipatie niet zag zitten. In januari 2026 waarschuwde de windindustrie in een brief aan de minister nog dat de nieuwe aanbesteding dreigde te mislukken, omdat de regering eindeloos traag schakelt en de overheidsgaranties uitholt. Zo zou ze de prijsgarantie via een tweezijdig bijpascontract schrappen, terwijl dit een gangbaar systeem is dat ook werd toegepast voor de verlenging van de kerncentrales.

En toch, zonder enige politieke rel of commotie, miste minister Bihet in alle luwte zijn eigen deadline. Dat is op z'n minst opmerkelijk, in tijden van energiecrisis, want als er één les te leren valt uit de vorige crisis is het dat meer hernieuwbare energie uit eigen bodem ons weerbaarder maakt tegen de grillen van autocraten. Het Prinses Elisabeth Windpark kan ons al vanaf 2031 van energie voorzien, wat in energietermen een bliksemsnelle en broodnodige opkikker betekent. Bovendien leidt meer hernieuwbare energie ook nog eens tot lagere elektriciteitsfacturen.

De Spaanse zon van België

Weinige Europese staatshoofden blaken zo van zelfvertrouwen als de Spaanse premier Pedro Sánchez. Terecht: zijn sterk hernieuwbaar energiebeleid van de afgelopen 8 jaar – waardoor het geïnstalleerde zonnevermogen verviervoudige – zorgde ervoor dat de Spanjaarden amper iets voelden van de nieuwe energiecrisis. Terwijl de prijzen voor elektriciteit in België boven de 100 €/MWh uitrezen, konden de Iberiërs stoefen met prijzen rond de 14 €/MWh. Zo bepaalden dure fossiele gascentrales slecht 15% van de tijd de Spaanse elektriciteitsprijs, terwijl ze in België wel 55% van de tijd de toon zetten.

België heeft jammer genoeg geen Spaanse zon, maar in onze achtertuin ligt wel de Noordzee. Het is één van de meest geschikte plekken ter wereld voor offshore wind: zo’n kans mogen we niet laten liggen. In de Hamburgverklaring – een overeenkomst tussen negen landen, waaronder België – werd afgesproken om ten minste 300GW aan offshore wind te ontwikkelen tegen 2050, en die via interconnecties met elkaar te delen. Ter vergelijking: dat is het vermogen van 300 grote kerncentrales. Minister Bihet heeft het gelijkstroomgedeelte van het Prinses Elisabetheiland echter geschrapt, waardoor de derde kavel van het windpark en nieuwe verbindingen met het Verenigd Koninkrijk en Denemarken volledig op de helling komen te staan. Met het huidige beleid zal het nog even duren voor we de Belgische versie van de Spaanse zon mogen verwelkomen.

De voordelen zijn nochtans legio. Het nieuwe windpark zou 12,3 TWh per jaar produceren, goed voor ongeveer 16% van onze huidige elektriciteitsvraag. Een belangrijk detail: tussen oktober en eind maart waait het het hardst op de Noordzee, wat overeenkomt met de periode waarin onze afhankelijkheid van fossiele gascentrales voor de productie van elektriciteit 50% hoger ligt. Stel je voor dat we, net als Spanje, de elektriciteitsprijs vaker zouden kunnen loskoppelen van de gasprijs: goedkope stroom in eigen handen! 

Bihet où t’es?

Waarom is offshore wind geen prioriteit voor minister Bihet, en wat dan wel? De minister lijkt zijn dagen voornamelijk te spenderen aan het najagen van nucleaire dromen, maar die botsen steeds meer met de realiteit. Ten eerste wil uitbater Engie geen andere kerncentrales verlengen, laat staan nieuwe bouwen. Ten tweede valt het bouwen van nieuwe kerncentrales altijd veel duurder en langer uit dan verwacht. Zo kostte de recente Flamanville-reactor in Normandië €23,7 miljard, in plaats van de voorziene €3,3 miljard, en werd die pas na 17 jaar opgeleverd. Ten laatste is het inzetten op kleine modulaire reactoren een long shot, want niemand kan garanderen dat ze goedkoper, flexibeler en effectief zullen bestaan tegen 2040. Niet voor niets zei Engie-topman Vincent Verbeke vorige week nog dat productie uit wind en zon “de snelste en goedkoopste manier” is om stroom in Europa betaalbaar en betrouwbaar te houden.

Leren we ooit onze les?

De eerste energiecrisis is nog niet verteerd, of de tweede hakt er al snoeihard in. Laten we niet wachten tot de derde energiecrisis om onze lessen te trekken. Zo snel mogelijk werk maken van offshore wind is een no-brainer: rijg die Spaanse zon van Belgische makelij binnen!

Deze tekst verscheen oorspronkelijk als opinie in De Standaard.

Angelos Koutsis

Beleidsexpert energie
 
  • Deel opinie!