Vismigratieknelpunt isweggewerkt in de Motmolen.

Deze zomer heeft aannemer Heylen bvba uit Geel de vistrap aangelegd aan de ruïne van de Motmolen. Aangezien de Demer in Bilzen een waterloop van 2de categorie is, wordt het beheer en de bouwkundige werken uitgevoerd onder toezicht van de Provincie Limburg. Door het aanleggen van deze vispassage wordt voldaan aan de doelen gesteld in de Europese Kaderrichtlijn Water en blijft de waterval behouden.
Waar vroeger het molenrad van de oude Motmolen stond, heeft de Demer een verval van ca. 120 cm waardoor vissen onmogelijk stroomopwaarts kunnen zwemmen. De restanten van het molengebouw zijn niet beschermd, maar de site valt binnen de periferie van de ankerplaats “Landcommanderij Alden Biesen” en vertoont bepaalde erfgoedkenmerken van cultuur- en natuurhistorisch belang.
Voor vissen vormde deze constructie een hindernis. Daarom werd in de gedempte,voormalige visvijver een V-vormige meanderende beek uitgegraven tot aan de Nieuwzouw. Dit beekje stroomt vanaf de landcommanderij Alden Biesen door de vallei tot aan de Motmolen. Een honderd meter stroomopwaarts van de waterval is in de Demer het verdeelwerk geplaatst dat het water verdeelt tussen de Demer en de vistrap.
Tevens werd er een poel uitgegraven. Het is de voortplantingsplaats voor onze amfibieën (kikkers, padden en salamanders). Deze diertjes brengen een groot deel van het jaar op het land door, maar elk voorjaar zoeken ze waterplassen op om zich voort te planten. Vaak trekken ze naar dezelfde poel waar ze geboren zijn. Straks zit deze poel vol leven – en daarvoor hoef je zelfs helemaal niets voor te doen –, want er komen spontaan dieren wonen en vestigen waterplanten zich na enkele jaren vanzelf. In en rond een poel bruist het van het leven en is het een ideale locatie voor natuurbeleving en -educatie.
Het gebied rond de vistrap wordt ingezaaid met Italiaans raaigras en klaver om erosie van de bedding te voorkomen. Italiaans raaigras heeft de eigenschap dat het op termijn gedomineerd wordt door natuurlijk aanwezige soorten en het zo op termijn afneemt.
Als boscompensatie voor de gekapte populieren worden er 50 eiken en elzen aangeplant.
In de Nieuwzouw zijn acht houten V-vormige cascades geplaatst die afgewerkt zijn met steenbestorting. Ieder bekken overbrugt een peilverschil van tien centimeter. Daarmee kan in totaal een hoogteverschil van tachtig centimeter worden gehaald. Door de stroming die ontstaat in de vispassage kunnen de vissen stroomopwaarts zwemmen. Dankzij de monitoring door de vissenwerkgroep van Likona weten we dat stromingminnende soorten zoals bermpje, riviergrondel, driedoornige stekelbaars en paling voor de woelkom aanwezig zijn.
Door deze vistrap aan te leggen, kunnen de vissen weer stroomopwaarts zwemmen van hun paai-, opgroei-, voedsel- en overwinteringsgebieden. Het is een meerwaarde voor de natuur en biodiversiteit in dit mooie natuurgebied.

Tekst en Foto's: Theo Hellofs

 

 



© Copyright 2010 ORCHIS vzw - Webdesign by CorpaTech