Zondag 21 januari 2018

Natuur- en erfgoedwandeling
St.-Roekeswandeling Munsterbilzen

Bij het Vijverplein worden we verwelkomd door onze gids Jef Vissers. Hij is van ‘Minster’ en kent de geschiedenis van het dorp op zijn duimpje. Als geboren verteller brengt Jef een mengeling van natuur, erfgoed en anekdotes.
De religieuze genen van ‘Minster’ zijn stokoud. Volgens de legende stichtte Landrada er rond 670 na Christus een klooster met internationale uitstraling en waar geschriften verbleven, mogelijk zelfs ontstonden, die beschouwd worden als de oudste Nederlandse taal.
Via het ‘Hossetwegske’, een trage onverharde weg, komen we in het Munsterbos.Het ligt op het overgangsgebied tussen de zandgronden van de Kempen en de zandleemgronden van vochtig Haspengouw en is Europees beschermd als onderdeel van het Natura 2000-gebied.
Het ligt op de samenvloeiing van verschillende bronbeken. De Zutendaalbeek en de Bezoensbeek, vloeien over in de Munsterbeek (historische naam Krikartbeek;Vandermaelen 1845) en ontspringen op het Kempisch plateau. Ze bevatten helder zuiver water en zijn het biotoop voor de beekprik. De Molenbeek, de Wilderbeek en de Helsterbeek vloeien af vanuit Haspengouw.  De ondergrond daar met ondoorlaatbare tertiaire klei is verantwoordelijk voor de aanwezigheid deze van bronnen. Kort voorbij Munsterbilzen vloeit de Munsterbeek in de Demer.
In het historische landschap van de voorbije eeuwen was water er opvallend aanwezig: beemden in de beekvalleien, grote vijvercomplexen, waterkastelen en watermolens.
De vijvers, bij de lokale bevolking bekend als “de staatsvijvers”, dateren van het begin van de 17de eeuw. Het stond toen bekend onder de naam ‘Grote en Kleine Sluis of Slaus’, maar door de secularisatie ten tijde van Napoleon op het einde van de 18de eeuw werden ze verkocht en kwamen in privébezit. Ze werden aangelegd volgens een eeuwenoud Kempens systeem om aan visteelt te doen. Vanop de uitkijktoren heb je een prachtig zicht over de vijvers. Een grote zilverreiger stijgt op uit het riet. Deze geheel hagelwitte reiger is bijna even groot als de blauwe reiger, maar iets sierlijker, met langere poten en zeer lange hals.
Als fervent bomenliefhebber vertelt Jef verhalen over de ontstaansgeschiedenis en leuke anekdotes over de bebossing die onder het Oostenrijks bewind van start ging. Toponiem zoals ‘Heiken’ verwijst nog naar het vroegere landgebruik.Heide, hooi- en graslanden hebben hier plaats geruimd voor bos.
Op het kruispunt van de historische doorgangsweg tussen Munsterbilzen – Maastricht en het lokale pad naar de hooiweiden van ‘Het Heiken’ staat een enorme beuk. Het is een boom die bij de bosexploitatie is overgebleven en zo de kans kreeg om uit te groeien tot een opgaande gewone beuk met een stamomtrek van 451 cm, een takvrije stam van 10 meter en met een kruindoormeter van 26 meter. Aan de overkant staat de Sint-Amorkapel uit 1943 en is vernoemd naar een Franse pelgrim uit de 8ste eeuw die zich op latere leeftijd als kluizenaar in Munsterbilzen vestigde. De pijnappel op de spits van het torentje is afkomstig van het perron dat in 1940 werd gebombardeerd.
Voorbij de gronddepots van het Albertkanaal ter hoogte van de Branderij, genoemd naar de stroopfabriek uit het begin van de 19de eeuw, komen we bij de weerstandskapel. Ze herinnert aan de voormalige schuilplaats en executieplaats van leden van de verzetsbeweging tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Langs trage onverharde wegen wijst Jef ons geregeld oude waardevolle bomen, een kapelletje of een kruisbeeld aan, meestal met een verhaal.
Voorbij ‘het Heiken’ steken we de Zangerijstraat over en wandelen richting kasteeldomein Groenendaal. De bebouwde site zou teruggaan op een middeleeuwse waterburcht,die begin 18de eeuw tot een residentieel gebouw werd omgevormd, meer aangepast aan de noden van die tijd. Op de kaart van de Franse cartograaf Villaret uit 1745 zien we rondom het kasteelgebouw strak vormgegeven dreven, boomgaarden nabij de kasteelhoeve, een moestuin, graslanden, met houtkanten omgeven akkers en een domeinbos ‘Bois de Krondal’.
We komen in de eikendreef die is aangelegd voor 1813 toen het park ten zuiden van het kasteel volgens een geometrisch schema werd aangelegd. Tussen de bomen duikt de witgekalkte kapel van Sint-Rochus op, omgeven door drie vrome zilveresdoorns. Ze herinnert aan de volksdevotie van onze voorouders.
De wandeling eindigt bij voormalige Kanunnikessenschooltje uit 1725,  nu het secretariaat van Orchis. ‘t Serclaes deTilly, gouverneur van de stad Maastricht, was op zoek naar een wederhelft en vond ze in het Stift voor adellijke dames. Het was gravin Anna Antoinetta d'Aspremont-Lynden (1655-1743). Zij was een zus van de abdis van Munsterbilzen. Omdat het echtpaar geen kinderen kon krijgen, hebben ze een goed deel van hun rijkdom besteed aan kerken, kloosters, kapellen en scholen. Een voorbeeld hiervan is deze meisjesschool. Op het gelijkvloers staat ook een steen met het wapenschild van de familie d’Aspremont-Lynden uit Reckheim. Beide vrome echtelieden liggen begraven in de St.-Servaaskerk in Maastricht.
Bij een warme wafel, een glaasje glühwein en een gezellige babbel eindigt de eerste wandeling van het nieuwe jaar. En een dikke pluim voor Jef.

 

 

Tekst en foto's: Theo Hellofs

 

 

 

 

     


© Copyright 2010 ORCHIS vzw - Webdesign by CorpaTech