Wandeling in de Vallei van de Kikbeek (Opgrimbie)  11 augustus 2017

In deze verkenningstocht namen het duo Jos Gorissen en Johan Geusens de deelnemers mee naar de recente ecologische geschiedenis en naar  de veel oudere geologische geschiedenis van de Kikbeek. Als voormalig boswachter van de Kikbeekvallei kent Jos als geen ander het reilen en zeilen van elke vierkante meter van het gebied. Zo gaf Jos ons een inkijk achter de coulissen over het enorme werk dat geleverd is om de gapende wonde van de voormalige zandgroeve om te vormen tot een verfijnd mozaïek van oude en nieuwe natuur. De beheersing van de grondwaterspiegel en het gedeeltelijke herstel van de oorspronkelijke Kikbeek waren tot voor kort een echte uitdaging, maar dit lijkt nu onder controle. De aandacht gaat nu meer uit naar het inrichten en behouden van een zo gevarieerd mogelijk biotoop. Het blijft echter een zeer dynamische omgeving die nog heel veel  werk zal vergen om tot een nieuw evenwicht te komen. Het is ook een haast onmogelijke taak om op deze oppervlakte aan de wensen te voldoen van alle mogelijke dieren, planten en mensen. De Kikbeekvallei herbergt ook een grote verscheidenheid aan insecten met exotische namen.  Het begon al bij de zeldzame zwartkophoornaarwespvlinder die haar nestje bouwt in de zijtakken van de ratelpopulier. Dit diertje wil je niet in een kruiswoordraadsel tegenkomen! Even later genoten we van het speelse luchtgevecht tussen twee weidebeekjuffers boven de herstelde bedding van de Kikbeek. Verderop kregen we te horen dat de zeldzame berkenglasvlinder gek is op stompen van pas omgehakte berken. De een zijn dood is de ander zijn brood. Niets gaat verloren in de natuur. De nieuwe natuur toonde zich door o.a. een groep nijlganzen, het rondbladig wintergroen, de gaspeldoorn en de stijve ogentroost. De wetenschappelijke naam van dit laatste plantje is Euphrasia  en betekent ‘vreugde’! Het is voor mij het symbool voor  het succes van  de geleverde inspanningen die de vallei een vreugdevol nieuwe toekomst geven.

De passie van Jos voor het volmaakte  landschapsherstel  mocht niet baten want onze geoloog Johan  focuste zich volledig op de resterende littekens in het landschap. Aan de hand van de structuur en kleuren van podzolbodems,  wervelende kiezel-netwerken (cryoturbaties), en contrastrerende bruinkool - kwartslagen deed Johan het woelige en ijzige  verleden van dit landschap uit de doeken. Even later kwamen we aan een verzameling grote zwerfstenen van verschillende herkomst en samenstelling.  Daar leerden we verschillende soorten gesteenten herkennen. Alleen de omvang van die stenen geeft een indruk met welke geweldige krachten dIe ijstijden dit landschap geboetseerd hebben. Het moet er toen al even desolaat en chaotisch hebben uitgezien als de zandgroeve. In dit Limburgse Stonehenge  moet je eens de oerkrachten van de natuur komen beleven bij volle maan  en met het geratel van de nachtzwaluwen op de achtergrond. Even later moest ik zelfs één van deze krachten inroepen om een dreigende regenbui met succes af te wenden. Na een uitstap richting het Ecoduct belandden we plots in een ongerept stuk valleibos. Bij het betreden van deze groene kathedraal met bemoste bodem en met pilaren van oeroude eiken werd iedereen vanzelf stil. Onderweg naar de parking aan de Duivelsberg werden we nogmaals verwend door de honingzoete geur van de heide die zich nu volop in haar purperen glorie ontvouwt.  Bedankt Jos en Johan voor het delen van zoveel passie en kennis voor deze werkelijk unieke parel van Moeder Natuur zo dicht bij ons!

Koen Demeyer

Foto's André Stulens

 



© Copyright 2010 ORCHIS vzw - Webdesign by CorpaTech