Marrakech

De 22ste Klimaattop is begonnen in Marrakech, en dit moet de Top van de daden worden. Dat inspireerde MO* tot een journalistiek experiment: de Top bijwonen zonder er naartoe te vliegen. Tine Hens bericht van achter haar computer alsof ze erbij was. Kan Twitter de aarde redden?
Een vlucht Brussel-Marrakech heen en terug is goed voor een uitstoot van 1,39 ton CO2 per persoon.

Er was een prachtige lichtshow aan het station. Het logo van de COP22 – een zon, denk ik, maar het kan ook een bloem zijn - werd in geel en blauw en natuurlijk groen op de gevel van het station van Marrakech geprojecteerd. Het moest in ieder geval de indruk wekken dat de trein wel degelijk een haalbaar alternatief was om hier te geraken. Ik kom er zo dadelijk op terug. Want het vuurwerk van licht was nog niet voorbij.

Ook de Hassan toren kleurde helemaal groen. Smile for the planet, stond er op te lezen in letters die nu eens oplichtten dan weer doofden. Voor de witte tenten met rode, rondbogige deuropeningen staan dan weer bomen met bladeren van zonnepanelen en in de congreshal lijkt het verrassend veel op een autosalon: van Mercedes tot Toyota, allemaal pakken ze uit met hun elektrische modellen, liefst in futuristische vormen.

Soms is het verschil tussen de openingsceremonie van een internationale conferentie en de eerste schooldag van een stel driejarigen niet zo groot. Er wordt gelachen, geapplaudisseerd, omhelsd en een beetje toneel gespeeld.

Zo rolde Ségolène Royal op 7 november een opgeblazen wereldbol van zo’n anderhalve meter doorsnede het podium van de congreszaal op en kegelde hem als een disproportionele bowlingbal naar Salaheddine Mezouar, de Marokkaanse minister van Buitenlandse zaken en handel. Hij ving hem met een brede glimlach. Ook Royal glimlachte. Ja, zelfs de wereldbol glimlachte: er was een witte smiley opgetekend.

Later haalden alle aanwezigen nog een Little Sunshine vanonder hun stoel, het lampje in de vorm van een zon op zonneënergie van de Noorse kunstenaar Olafur Eliasson en staken het allemaal tegelijk aan toen de lichten in de zaal doofden.

Ik zag en hoorde het allemaal. Maar ik was er niet bij. Ik was thuis en volgde de livestream, terwijl ik op Google Earth ieder detail van de conferentiezone afspeurde en via Twitter en Whatsapp bijhield wat er ter plaatse gebeurde en niet op de livestream te zien was.

Ja, een klimaattop heeft zo z’n stroperige momenten. Al liet niemand van de sprekers na erop te wijzen dat dit niet zo maar de top van de hoop is, maar dat het die van de actie moet zijn. Parijs was een stap, het grote werk moet nu beginnen.

Ik zag en hoorde het allemaal. Maar ik was er niet bij. Ik was thuis en volgde de livestream, terwijl ik op Google Earth ieder detail van de conferentiezone afspeurde en via Twitter en Whatsapp bijhield wat er ter plaatse gebeurde en niet op de livestream te zien was.

Straatprotesten in Rabat, bijvoorbeeld, waar men om ‘waardigheid’ roept als reactie op de dood van de visser Mouhcine Fikri. Hij werd vermalen door een vuilniswagen toen hij zijn vis probeerde redden die de politie erin had gegooid.

Of een video van de inwoners van Imider, 300 kilometer verderop, die al twintig jaar actie voeren tegen de vervuiling van de grootste zilvermijn van Afrika in hun streek en die nu onder de hashtag #300kmsouth hopen op de aandacht van de wereld. Ook omdat de uitbater van die mijn, Mangem de COP sponsort.

Of een andere video van een Sahrawivrouw die een kartonnen bordje voor haar borst houdt met daarop: ‘Siemens stop supporting the occupation.’ De zonne- en windrevolutie van Koning Mohammed VI, waar Mezouar in zijn openingstoespraak zo trots naar verwees, heeft een duistere keerzijde. De windmolens die Marokko met Europese steun bouwt en nog wil bouwen, staan ingepland op grondgebied dat officieel niet tot Marokko behoort, maar wel tot de Westelijke Sahara, een land dat Marokko al veertig jaar lang niet erkent en onwettig bezet.

Daarover ging het niet tijdens de openingsceremonie. Maar ik zag en hoorde het wel.
Zou het dan toch mogelijk zijn? Ergens niet zijn en de gebeurtenissen daar op de voet volgen?

Experiment
Deze klimaattop wordt een experiment, een experiment voor journalistiek op afstand. Als iedere sector zich hoort aan te passen aan klimaatneutrale tijden, dan geldt dat ook voor de media. Is het nog verantwoord om voor drie dagen op perstrip naar de Malediven te vliegen om er een toeristische reportage te maken? Moeten we naar een bijeenkomst in Quito, gewoon omdat het kan? Horen we berichten te publiceren als: vanaf nu voor 125 euro naar New York? Is het niet onze taak te wijzen op de ecologische onmogelijkheid van deze prijs? Om duidelijk te maken dat deze nooit de werkelijke kosten reflecteert en dat er altijd iemand is die de prijs betaalt van wat te goedkoop is?

Natuurlijk kan je tegenwoordig je vliegreis ecologisch perfect compenseren. Nou ja, hoe perfect is dat precies?

Iedere luchtvaartmaatschappij heeft zo zijn eigen fondsen en stichtingen, die zelden uitblinken in transparantie. Niet alle aangeplante bomen staan op de juiste plek. Ook een boom hoort thuis in een ecosysteem en ook een boom kan dat ecosysteem verstoren. Vraag maar aan de Colombiaanse boeren die nu met watertekort worstelen omdat de naaldbomen die werden aangeplant om de impact van gevlogen kilometers van vooral Westerlingen te neutraliseren de watertafel verstoren.
Wie naar Marrakech reist, kan – als ie dat wil – de ecologische impact van zijn verplaatsing via een App berekenen. Een vlucht Brussel-Marrakech heen en terug, leer ik, is goed voor een uitstoot van 1,39 ton CO2 per persoon. Wie in businessklasse vliegt, pompt 3,14 ton CO2 de lucht in voor dezelfde afstand, niet omdat de voedselkilometers van de Champagne en de kaviaar doorwegen, wel omdat men meer plaats inneemt in het vliegtuig.

Een dieselauto stoot op diezelfde afstand net geen 4 ton uit en de trein scoort met iets meer dan 1,5 ton het beste. Enkel wie thuisblijft, beperkt zijn uitstoot radicaal. Niet dat dit exacte wetenschap is, maar het geeft wel een indicatie. En zo kreeg mijn eerste plan vorm: ik zou met de trein naar Marrakech reizen. Maar zowel op de websites van de Belgische, de Duitse, de Spaanse als de Duitse spoorwegen leverde mijn vraag slechts een antwoord op: bestemming onbekend. Ook GoEuro, de website die er prat opgaat alle verbindingen te leggen, liet me weten: ‘staat niet op de kaart.’

 

 

Toch is het niet onmogelijk.

Zo ontdek ik het reisverhaal van René Hoeflaak die er welgeteld 2136 minuten over deed om van Rotterdam naar Marrakech te reizen. Dat zijn 35,6 uren. En er is Lien Vandamme van 11.11.11. Zij neemt de trein. Drie dagen zal ze erover doen. Drie dagen heen, drie dagen terug. Het is een statement, een waardevol statement. Maar voor mij praktisch moeilijk. Mensen vol mindfulness mogen die treintijd misschien verkopen als gewonnen tijd, met een gezin met twee en soms vier kinderen is een week op een trein zitten verloren tijd. Coupés met salons, studeertafels en bedden zijn er al lang niet meer. En mochten ze er zijn, dan zijn ze niet voor mijn budget. Het standaardtarief is zo al drie keer duurder dan een vliegtuigticket. Vijf keer als je bereid bent om op een onmogelijk uur in te checken op een goedkope chartervlucht.

De reis naar Marrakech is onze globale klimaatparadox in een notendop: waarom is het vervuilende product goedkoper dan het minder vervuilende? Het is de paradox van de garnalen die in Marokko gepeld worden, van de Pink Lady’s uit Chili, van de sokken van Primark.

Heeft het zin om je daarover het hoofd te breken? Maakt het nu zo’n groot verschil dat ik niet en anderen wel op dat vliegtuig stappen, waarbij we er van kunnen uitgaan dat zes ministers uit een land dat er niet eens in slaagde het akkoord van Parijs te ratificeren ongegeneerd businessklas zullen vliegen?

Is niet gaan een zinvolle strategie? Is het journalistiek verantwoord? Op haar blog verwoordt Vandamme het zo: ‘Natuurlijk verwachten we niet dat iedereen met de trein tot Marrakech komt, maar dat het duurzame alternatief vaak duurder en lastiger is dan de vervuilende optie is een belangrijk deel van probleem. In een wereld die zich er toe heeft verbonden om er alles aan te doen de opwarming te beperken tot 1,5 °C, een essentiële doelstelling voor de levenskwaliteit van honderden miljoenen mensen, moet de milieukost doorgerekend worden. De vervuiler moet betalen. De middelen die daarmee gegenereerd worden moeten vervolgens ingezet worden voor de aanpak van het klimaatprobleem, overal ter wereld maar toch vooral in het Zuiden. Dat is de inzet van Marrakech.’

Ondertussen flitst er op mijn twitteraccount een foto voorbij van enkele van die vervuilers – ExxonMobile, Chevron, BP, Shell en hoe ze ook nu weer mee aan tafel zullen schuiven tijdens de onderhandelingen. De uitleg is bij iedere onderhandeling – en dat is in Marrakech niet anders – dat een klimaattop zo ‘inclusief als mogelijk wil zijn.’ Al is het misschien wat naïef te geloven in de oprechte goede wil van bedrijven wier businessmodel staat of valt met het boren naar olie en het uitbaten van koolmijnen. Aan een dader vraag je ook niet om in de rechtbank zelf de strafmaat te bepalen. Het protest ertegen blijft voorlopig vooral virtueel. ‘Ze moeten regels implementeren, ze niet bepalen’, luidt de tweet met hasthag: ‘kickbigpollutersout’.

Al is dat misschien een even grote reductie van de werkelijkheid als een klimaattop van greenwashing beschuldigen – ook dat is vaste prik op een klimaatconferentie - omdat hij zelf niet klimaatneutraal is. Het is een voor de hand liggende kritiek. Maar daarom ook net iets te makkelijk.
Een klimaattop heeft onherroepelijk een klimaatimpact. Hoe groot die precies is, is niet voor niets een van de FAQ’s op de website van de UNFCCC. De klimaatafdeling van de VN houdt dat naar eigen zeggen zo goed als mogelijk bij. Al bestaat er over hun cijfermateriaal ook discussie. Niet voor niets is een uniforme boekhouding van uitstoot een van de hete hangijzers op deze top. Hoe transparant durven we met z’n allen zijn over de cijfers die we op papier zetten? En laten we het toe dat anderen die tot op de komma narekenen? Mag China de Europese klimaathuishouding tegen het licht houden? En omgekeerd? Maar dit even terzijde.

Kopenhagen zorgde in 2009 met een record van 33.000 geregistreerde deelnemers en bezoekers – de UNFCCC verklaart zich niet verantwoordelijk voor de uitstoot van al wie niet geregistreerd is – voor een totale uitstoot van zo’n 26.000 ton CO2. Dat is ongeveer gelijk aan de uitstoot op jaarbasis van een kleine vijfduizend auto’s. Het was de vuilste top tot nu.

Voor Parijs werden nog geen cijfers vrijgegeven. Maar de UNFCCC hamert er wel op dat iedere organisator hard zijn best doet om de impact te beperken van zo veel mensen op een plaats. In Marrakech ging de opening alvast gepaard met de inhuldiging van het eerste fietsdeelsysteem, met de opening van een elektrisch laadstation en met een rondleiding in de eerste groene moskee. Wat is het nut van compensatie als je er niet een heel klein beetje mee kan uitpakken?

Die bling-bling mis ik, door het circus dat zo’n top ook altijd is vanop een scherm te volgen. En ik geef eerlijk toe, ik was er heel graag bij geweest toen de pers op 4 november in een karavaan van 4x4 aangedreven wagens naar de woestijn werd gebracht om het ecologische prestigeproject van Mohammed VI te aanschouwen: de grootste zonnecentrale van Afrika en van de wereld.
Marokko, zo had Mezouar op de persconferentie gezegd, is vast van plan tegen 2030 vijftig procent van zijn elektriciteitsproductie uit zon, wind en water te halen.
Hij vergat daarbij te vermelden dat er ondertussen ook een nieuwe kolencentrale werd geopend in Safi. Met Noor 1, het zonnepark in Ouarzazate dat bij afwerking – als Noor 2 en 3 klaar zijn – een oppervlakte van 1880 hectare beslaat, geeft Mohammed VI alvast aan het concept van zonnekoning een nieuwe invulling. Of toch ook niet.
Ouarzazate is omstreden. Omdat het zo megalomaan is en omdat het net indruist tegen wat de werkelijke capaciteit is van duurzame energie: decentralisatie, democratisering en emancipatie van sociaal zwakkere groepen. Bovendien is de directe milieu-impact van Noor 1 tot en met 3 niet gering: voor koeling en het wegspoelen van woestijnzand op de zonnespiegels is jaarlijks zo’n 2,5 – 3 miljoen kubieke meter water nodig. In de woestijn. Water dat niet in de eerste plaats gebruikt wordt voor landbouw of als drinkwater. En is water niet een van de kernproblemen van klimaatverandering?

Dit project, waar Marokko zo graag mee uitpakt, bewijst nog maar dat antwoorden op de klimaatvraag nooit simpel zijn. Het gaat niet over de vervanging van het ene systeem door een groenere versie van datzelfde systeem. De komende jaren zal duidelijk worden dat niet Parijs de moeilijkste stap was, maar wel alle volgende klimaatonderhandelingen waarin al die stappen praktisch uitgewerkt moeten worden.

Al een paar jaar denderen er enkele olifanten door de klimaatconferenties. Financiering is er een van. In 2009 werd door de ontwikkelde landen een fonds van 100 miljard euro per jaar tegen 2020 beloofd. Nog steeds is niet afgeklopt wie wat zal betalen. Wat ondertussen wel duidelijk is, is dat 100 miljard onvoldoende is om het Zuiden te helpen om zowel klimaatverandering tegen te gaan als om zich aan te passen aan de al voelbare gevolgen ervan.

Transparantie is een andere. Het is de wereldwijde boekhouding waar ik het daarnet over had. En dan is er de fameuze “gap”, het verschil in uitgesproken ambities van verschillende landen en het doel om de opwarming te beperken tot 1,5 graad. Pas in 2018 zullen die ambities concreter worden aangescherpt. Het is nog niet duidelijk waar de klimaattop dan zal doorgaan. Tot slot moeten klimaatonderhandeling voor alles over mensenrechten gaan.
Om het over die laatste te hebben: dat ik deze top virtueel kan volgen, is niet eens zo vanzelfsprekend. Whatsapp is pas onlangs door de Marrokkaanse overheid gedeblokkeerd. En gaat na de top waarschijnlijk weer op slot. ‘We komen op straat omdat het nu kan’, liet een betoger in Rabbat aan The Guardian weten. ‘De politie heeft andere zaken aan het hoofd.’
Nee, Marrakech is geen top om te negeren. Daarvoor staat te veel op het spel, is het te belangrijk dat iedereen mee aan tafel zit, dat inheemse volkeren niet alleen als versiersel gebruikt worden voor een themadag op de conferentie.
Toch ben ik er niet. Het is een experiment. Hoe dicht kan je van ver op de feiten zitten? Ik weet nog niet of het werkt. Nu lijkt het vooral dat ik overal tegelijk en nergens echt ben. Ik heb alvast een briefje op de deur van mijn bureau gehangen: niet thuis, in Marrakech.

 

Tine Hens                                                                                                                                                  9 november 2016
MO*columnisten

 



© Copyright 2010 ORCHIS vzw - Webdesign by CorpaTech